Landbouwprotocol

 

De realisatie van het Parkbos brengt specifieke gevolgen voor de land- en tuinbouwsector met zich mee. Eén van de grote veranderingen is de omzetting van agrarisch gebied naar bos- en natuurgebied. Hierdoor zal het landbouwgebruik – na volledige realisatie van het project - met ongeveer een derde van de oppervlakte dalen.

 

Het is steeds de bedoeling geweest om de realisatie van het Parkbos te laten samensporen met een werkbare regeling voor de gevestigde landbouwbedrijven. Om hieraan tegemoet te komen heeft de Vlaamse Landmaatschappij, in nauw overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos en een delegatie van de betrokken landbouwers, een landbouwprotocol uitgewerkt. De afspraken uit dit landbouwprotocol zorgen voor een werkbare regeling om het Parkbos te realiseren én tegelijkertijd de actieve land- en tuinbouw in dit gebied een leefbare en duurzame toekomst te gunnen.

 

Vooreerst werd ten behoeve van de landbouwers een lokale grondenbank voor de groenpool opgericht. De basisgedachte hierbij is dat actieve, jonge landbouwers (“de blijvers”) in principe op dezelfde manier hun beroep kunnen blijven uitoefenen als voor hun onteigening. Bij onteigening kunnen de blijvers kiezen tussen een vergoeding of grond. Wanneer ze kiezen voor grond, krijgen ze een evenwaardig stuk grond in de plaats, in eigendom of in pacht. De Vlaamse Landmaatschappij zoekt maximaal naar ruilgronden, waarbij er tevens gestreefd wordt naar een minimale verhoging van de gronddruk en –prijzen in de regio.

 

Daarnaast zal de Vlaamse overheid verder onderzoeken hoe ze de landbouwsector kan ondersteunen, om op een volwaardige manier haar nieuwe rol binnen de veranderende omgeving van het Parkbos te spelen, namelijk een ‘boerenbuiten’ die samen met andere functies en gebruikers gedeeld en beleefd wordt.

Ondertekening landbouwprotocol op 29 april 2009.

 



Duurzame Landbouw

  • Landbouwprotocol